ATMOSKLOK Brevets J.L. Reutter No. 3875 Ca. 1930

Pendules Specials

M&R16

ATMOSKLOK
Gesigneerd: Brevets J.L. Reutter No. 3875
Circa 1930
Frankrijk

Uurwerk
Rond uurwerk met balans. Het gaandwerk wordt door een veer aangedreven. Deze veer wordt opgewonden door de temperatuur. Door veranderingen in de temperatuur wordt een ton in beweging gebracht en daardoor wordt de veer gespannen. Als de temperatuur niet verandert, is er een gangreserve voor 90 dagen. Aan de achterzijde van het uurwerk, op een band achter de aandrijfton is het uurwerk genummerd 3875. Onder het uurwerk hangt de horizontale verchroomde messing balans.

Wijzerplaat
De ronde, verzilverde wijzerplaat is voorzien van een cijferring met een uur-aanduiding in Arabische cijfers. De tijd wordt aangegeven door blauwstalen wijzers in het Breguet-model. In het centrum van de wijzerplaat staat Atmos Pendule Perpetuelle.

Kast
De kast is vervaardigd van verchroomd messing en is aan vier zijden voorzien van gefacetteerd glas. De voor- en achterzijde doen tevens dienst als deur. Onder de deur aan de voorzijde bevindt zich een schuif waarmee de balans vastgezet kan worden. Dit dient om de klok aan en uit te zetten en om de klok te kunnen vervoeren.

Loopduur Oneindig, doch bij afwezigheid van temperatuurverschillen max. 90 dagen.

Hoogte 24 cm.
Breedte 18 cm.
Diepte 15,5 cm.

Literatuur:
– J. Zeeman, Het klokkenlexicon, blz. 17.
– Jean Lebet, Von der Luft leben, die Geschichte der Pendeluhr Atmos.

Reutter:
Jean-Léon Reutter is de uitvinder en constructeur van de Atmosklok. Hij leefde van 1899 tot 1971. In 1913 begon de Parijse ingenieur J.L. Reutter met experimenten, die uiteindelijk zouden leiden tot de productie van de Atmosklok. Hij bouwde hiermee voort op een idee, dat al in 1765 door James Cox was gelanceerd. In 1926 kwam het eerste commercieel vervaardigde exemplaar op de markt. Het eerste patent werd in 1929 aangemeld. Reutter maakte gebruik van een u-vormig glazen vat, dat zo werd opgesteld, dat een kleine schommeling mogelijk was.

Het horizontale gedeelte van de u en een gedeelte van de verticale buizen was gevuld met kwik. Daarboven bevond zich een snelverdampende vloeistof en daarboven een verdampt gedeelte van dezelfde vloeistof. Een verticaal gedeelte van de u was geïsoleerd, het andere niet. Bij een temperatuursstijging verhoogde de druk in vat B meer dan in vat A (door de isolatie) en een kleine hoeveelheidkwik werd verplaatst in de richting van A. Hierdoor ontstond een kleine schommelbeweging, waarmee een veer werd opgewonden. Daalde de temperatuur dan gebeurde het omgekeerde. Bij latere types werd een metalen doos, gevuld met ethylchloride gebruikt.

Lees meer Neem contact op