ATMOSKLOK Brevets J.L. Reutter SDGD No. A6981 Ca. 1930

Diversen Pendules

M&R33a

ATMOSKLOK
Gesigneerd Brevets J.L. Reutter SDGD No. A6981
Circa 1930
Frankrijk

Uurwerk
Atmosklok J.L. Reutter met rond uurwerk en balans. Het gaandwerk wordt door een veer aangedreven. Deze veer wordt opgewonden door de temperatuur. Door veranderingen in de temperatuur wordt een ton in beweging gebracht en daardoor wordt de veer gespannen. Als de temperatuur niet verandert, is er een gangreserve voor 90 dagen. Aan de achterzijde van het uurwerk, op een band achter de aandrijfton is het uurwerk genummerd A6981. Tevens is hier een signatuurplaatje aangebracht met daarop de signatuur Brevets J.L. Reutter SDGD. Onder het uurwerk hangt de horizontale verchroomde messing balans.

Wijzerplaat
De ronde, skelet cijferring is voorzien van een cijferring met een uur-aanduiding in Arabische cijfers 3 – 6 – 9 – 12 en streepjes voor de overige uren. De tijd wordt aangegeven door witte wijzers met een zwarte punt. Op de wijzerplaat staat Atmos Pendule Perpetuelle.

Kast
Deze Atmosklok J.L. Reutter kast is vervaardigd van verchroomd messing en is aan vier zijden voorzien van gefacetteerd glas. De voor- en achterzijde doen tevens dienst als deur. Onder de deur aan de voorzijde bevindt zich een schuif waarmee de balans vastgezet kan worden. Dit dient om de klok aan en uit te zetten en om de klok te kunnen vervoeren.

Loopduur: oneindig, doch bij afwezigheid van temperatuurverschillen max. 90 dagen.

Hoogte 23,5 cm
Breedte 17,8 cm
Diepte 14,5 cm

Literatuur
– J. Zeeman, Het klokkenlexicon, blz. 17
– Jean Lebet, Von der Luft leben, die Geschichte der Pendeluhr Atmos

Reutter:
Jean-Léon Reutter is de uitvinder en constructeur van de Atmosklok. Hij leefde van 1899 tot 1971. In 1913 begon de Parijse ingenieur J.L. Reutter met experimenten, die uiteindelijk zouden leiden tot de productie van de Atmosklok. Hij bouwde hiermee voort op een idee, dat al in 1765 door James Cox was gelanceerd. In 1926 kwam het eerste commercieel vervaardigde exemplaar op de markt. Het eerste patent werd in 1929 aangemeld. Reutter maakte gebruik van een u-vormig glazen vat, dat zo werd opgesteld, dat een kleine schommeling mogelijk was.

Het horizontale gedeelte van de u en een gedeelte van de verticale buizen is gevuld met kwik. Daarboven bevindt zich een snel verdampende vloeistof en daarboven een verdampt gedeelte van dezelfde vloeistof. Een verticaal gedeelte van de u is geïsoleerd, het andere niet. Bij een temperatuurstijging verhoogd de druk in vat B meer dan in vat A (door de isolatie) en een kleine hoeveelheidskwik wordt verplaatst in de richting van A. Hierdoor ontstaat een kleine schommelbeweging, waarmee een veer wordt opgewonden. Daalt de temperatuur dan gebeurd het omgekeerde. Bij latere types wordt een metalen doos, gevuld met ethyl-chloride gebruikt.

Lees meer Neem contact op