HAAGSE KLOK Jacobus Oosterwijck fecit Rotterdam Ca. 1690 Nederland

Haagse klokken & Religieuses

M&R36

HAAGSE KLOK
Gesigneerd: Jacobus Oosterwijck fecit Rotterdam
Circa 1690
Nederland

Uurwerk
Het uurwerk is opgebouwd tussen messing platines en bestaat uit gaand- en slagwerk, aangedreven door één veerton. Het gaandwerk heeft spillegang met korte slinger met draadophanging tussen cycloïdale boogjes. Het door een sluitschijf geregelde slagwerk geeft de uren voluit op een bel aan, en de halve uren eenmaal via een dwangslag.

Wijzerplaat
Op de met fluweel beklede grondplaat is een skeletgezaagde verguld messing cijferring aangebracht. Deze is voorzien van Romeinse uurcijfers en halfuur aanduidingen. De minuten worden aangegeven met Arabische cijfers. De tijd wordt aangegeven door twee ajourgezaagde en gegraveerde verguld messing wijzers. Onder de cijferring is een vuurverguld gegoten ornament aangebracht. Het is een voorstelling van Vader Tijd die de cijferring draagt. De maker heeft de klok onder deze Chronosfiguur op een verguld messing plaatje gesigneerd Jacobus Oosterwijck fecit Rotterdam.

Kast
De met ebbenhout gefineerde grenenhouten kast is aan de binnenzijde belijmd met padoek en pernambucohout met een ingelegde ster. Op de kast bevindt zich een timpaan waarachter de bel is geplaatst. Tevens zijn hier twee ophangogen bevestigd. Het timpaan is voorzien van geprofileerde lijsten en wordt in het midden onderbroken door een vaasje. Aan weerszijden van de deur zijn getorste zuiltjes geplaatst. Beide zijden hebben een rechthoekig venster met een geprofileerde lijst. Onder de klok zijn vier bolpootjes aangebracht.

Gangduur 1 week

Hoogte 41 cm.
Breedte 26 cm.
Diepte 14,5 cm.

Literatuur
Enrico Morpurgo, Nederlandse klokken- en horlogemakers vanaf 1300, blz. 94
H.M. Vehmeijer, Antieke uurwerken, een familieverzameling, blz. 611.

De maker
Jacob Oosterwijck/Oosterwijk was omstreeks 1692 werkzaam in Rotterdam. Hij is een van de zonen van de bekende maker Severijn Oosterwijck.

De familie Oosterwijck
Severijn Oosterwijck, de vader van Jacob Oosterwijck werd geboren voor 1637, en is overleden waarschijnlijk tussen 1690 en 1694. Hij huwde in 1657 te Rotterdam met Sara Jans van Dueren. Hij was werkzaam in Den Haag tussen 1658 (mogelijk al eerder) en 1685 en verkreeg in 1659 de burgerrechten van Den Haag. Hij huurde in 1660 een pand aan de westzijde van het Spui ‘daer uithanckt de Keysers hoet’. Hij kocht in 1661 een ander pand aan het Spui ‘van outs genaemt de drie vergulde Mollen’, hier woonde hij nog in 1677 met zijn gezin. In 1678 verhuisde hij naar de Brouwersgracht waar zijn weduwe in 1696 nog woonde. Na Costers dood in 1659 werkte hij voor Huygens die bij hem slingeruurwerken bestelde voor buitenlandse afnemers. Tussen 1663 en 1665 maakte hij ook meerdere experimentele slingeruurwerken met secondeslinger voor Huygens, waarvan er een gezonden werd naar William Brouncker, voorzitter van de Royal Society in Londen. In 1688 richtte hij met zijn zoon Adam het Haagse Gilde van Klokkenmakers op en was daarvan de eerste deken. Twee andere zonen, Johan en Jacob, waren eveneens klokkenmaker, resp. in Amsterdam en in Rotterdam. Hij was onder meer de maker van een jaarklok. In Uhren van Bertele-Bassermann-Jordan wordt op blz. 206 een gecompliceerde tafelklok met carillon afgebeeld, gesigneerd Severijn en John Oosterwijck Amsterdam, met een looptijd van een maand. In het voormalig Time-Museum in Rockford, Ill. (USA) bevond zich een wandklok van Severijn Oosterwijck met secondeslinger, spillegang en cycloïdale bogen; de wijzerplaat is nagenoeg identiek aan de klok van Thuret in het Boerhaave-museum in Leiden. Plomp beeldt in Spring-driven Dutch pendulum clocks 1657-1710 twee Haagse klokken van deze maker af.
Bron: Morpurgo, Ottema, Plomp, Volgraff, Von Bertele, Time-museum.

Lees meer Neem contact op