SCHEEPSCHRONOMETER Breguet et Fils à Paris No. 4890 Ca. 1834

Chronometers

M&R160

SCHEEPSCHRONOMETER
Gesigneerd: Breguet et Fils à Paris No. 4890
Circa 1834
Frankrijk

Uurwerk
Deze scheepschronometer van ‘Breguet’ heeft een messing, rond platine-uurwerk met Earnshaw-echappement en compensatiebalans. De balans is voorzien van compensatieschroeven. In combinatie met de cilindrische spiraal zorgt dit voor een zeer nauwkeurige tijdsaanduiding. Het uurwerk wordt aangedreven door een veer in een veerton. De veer wordt aan de achterzijde opgewonden. Het echappement is genummerd 213.

Wijzerplaat
De verzilverde wijzerplaat heeft twee cijferringen. De bovenste cijferring heeft Romeinse cijfers voor de uuraanduiding en Arabische cijfers voor de tien-minutenaanduiding. De minuten worden door stipjes aangeduid. De uur- en minuutwijzers zijn vervaardigd van geblauwd staal. De onderste cijferring dient voor de seconde-aanduiding en is voorzien van Arabische cijfers en een geblauwd stalen secondewijzer. De wijzerplaat is gesigneerd Breguet et Fils No 345.

Kast
De uurwerkkast is cardanisch opgehangen in een notenhouten kast. Rechts achterin is de opwindsleutel geplaatst. Rechts voorin kan men het uurwerk met een stelschroef vastzetten. De uurwerkkast, de ophanging, het beslag op de kist en de handvaten aan de zijkant zijn van messing vervaardigd. In de voorzijde van de kast is het slot aangebracht. Als de kist gesloten is, kan men aan de bovenzijde een paneel openschuiven en door het ronde venster kan men de tijd zien zonder de kist verder te hoeven openen. Het paneel heeft een ingelegd messing plaatje in ruitvorm, voorzien van het nummer No 4890.

Deze chronometer op 1 april 1834 aan Monsieur Ducom, vertegenwoordiger van Breguet in Bordeaux, verkocht voor de prijs van 1800 Franse Francs.

Gangduur 2 dagen

Diameter wijzerplaat 9 cm.
Afmetingen kist 17 x 20 x 18 cm.
Literatuur
– H.M. Vehmeyer, Antieke uurwerken, een familieverzameling, blz. 550 en blz. 598 e.v.
– Breguet Deel I nr. 1 t/m 2827

Breguet
Abraham Louis Breguet werd 1747 geboren in Neuchatel (Zwitserland). Van 1762-1767 ging hij in de leer voor de opleiding horlogemaker, waarschijnlijk in Versailles bij Lépine en/of Berthoud. In 1768 emigreert hij met zijn ouders en zussen naar Parijs. s’Avonds bekwaamde hij zich in de wiskunde aan het Collège Mazarin. In 1775 trouwde hij met Cécile Marie Louise L’Huillier (geboren in 1752). In dat jaar begon het echtpaar een zaak op de Quai d’Horloge 51, thans nr.79, vlak bij Pont Neuf, midden in de uurwerkmakers¬wijk. Men kan dit het stichtingsjaar noemen van het huis “Breguet”. Hij associeerde zich in 1787 tot 1791 met Xavier Gide, een horlogehandelaar in Parijs. 12 augustus 1793 repatrieert Breguet met zijn vrouw en zoon Louis Antoine naar Zwitser¬land, op de vlucht voor de revolutie, eerst naar Genève, dan naar Neuchatel en uiteinde¬lijk naar Le Locle. 10 april 1795 komen ze in Parijs terug en vestigen zich in 1796 op het oude adres aan de Quai d’Horloge. De jaren die dan volgen tot zijn dood in 1823, waren de vruchtbaarste van zijn leven. In 1807 komt zijn zoon Antoine in de zaak. Zijn zoon had een deel van zijn opleiding bij John Arnold in Londen. Hij heeft verschillende uitvindingen gedaan, waaronder de Breguet-opwindsleutel, diverse verbeteringen in het echappement van horloges, de ‘monter perpétuelle, de Tourbillion, de ‘pendule sympathique’, de ‘montres à tact’, ook ‘monter aveugle’ genoemd en de ‘heures sautantes’. Hij overleed op 3 september 1823 in Parijs.
Marine-chronometers: In 1815 werd hij benoemd tot leverancier van het Ministerie van Mari¬ne en hij signeerde en nummerde de uurwerken: ‘Breguet et Fils met de toevoeging ‘Horloger de la Marine Royal’, gevolgd door het nummer. Dit gebeurde tot ca. 1850. Voor zijn benoeming tot Horloger de la Marine Royal in 1815 was Breguet weinig in het maken van marines geïnteresseerd. De weinige exemplaren van voor 1815 dragen een experimenteel karakter. Het oudste bekende nummer is nr.106, verkocht in 1806. Na 1815 werd dit anders en in 1822 stonden er 80 in de boeken. Slechts weinige hiervan schijnen aan het Ministerie geleverd te zijn. De wijzerplaten zijn messing-verzilverd met een bijna wit oppervlak, bekend als ‘dead-silvering’. Zij zijn gegraveerd (cursief) met de naam en nummer. Indien zij aan de bovenzijde moeten worden opgewonden – de opwindgaten zijn dan afgedekt met een messing kapje – is het een aanwijzing dat zij, in die serie, vroeg zijn. Dikwijls is er een code-letter boven de cijferring geplaatst; George Daniels vermoedt dat het een identificatiemiddel was voor het Ministerie. Het nummer op de wijzerplaat herhaalt zich op de kast en op de opwindsleutel. De meeste chronometers van Breguet moeten officieel om de twee dagen worden opgewonden, maar in feite elke dag. Ook bij zijn chronometers zijn er geen twee gelijk. Zij zijn perfect geconstrueerd en worden geleverd in een massief mahonie kast met messing fittings en de Breguet-sleutel.

Lees meer Neem contact op