SCHEEPSCHRONOMETER Andr. Hohwü Amsterdam no. 164 Circa 1855

Chronometers

M&R164

SCHEEPSCHRONOMETER
Gesigneerd: Andr. Hohwü Amsterdam no. 164                            Circa 1855
Holland

Uurwerk
Platine-uurwerk met Earnshaw-escapement, een chronometergang met compensatiebalans. De balans is voorzien van compensatieschroeven, die samen met de blauwstalen cilindrische spiraal zorgen voor een zeer nauwkeurige tijdsaanduiding. De klok wordt aangedreven door een veer in een veerton, uitgevoerd met snek.

Wijzerplaat
De verzilverde wijzerplaat heeft zwarte Romeinse cijfers voor de uuraanduiding en een minutenaanduiding door middel van streepjes. In het centrum van de wijzerplaat is bij de VI een cijferring voor de seconden aangebracht. Bij de XII is de cijferring voor de gangreserve geplaatst, Afg. 56 – Opg 0 uur Tussen deze twee cijferringen staat de signatuur No. 164 Andr. Hohwü, Amsterdam. De uur- en de minuutwijzers zijn van goud vervaardigd, de secondewijzer en de indicatiewijzer voor de gangreserve zijn vervaardigd van geblauwd staal.

Kast
De uurwerkkast is cardanisch opgehangen in een mahoniehouten kast. Deze uurwerkkast is, net als de ophanging, van messing vervaardigd. Links voor in de kast, naast het uurwerk, is de opwindsleutel geplaatst. De opwindsleutel is genummerd 164. Aan de rechterzijde is een transportmechaniek bevestigd, waarmee de cardanische ophanging kan worden vastgezet. Als de kast gesloten is, kan de bovenkant van de deksel opgelicht worden zodat men kan zien hoe laat het is zonder de kast te hoeven openen. Op het deksel is een messing ruit ingelegd.

Kist
Bij deze chronometer zit een kist waarmee de chronometer mee aan boord werd gedragen. Aan de onderzijde zitten twee gaten waarmee de kist aan het schip bevestigd kan worden. De kist wordt gesloten met een lederen riem.

Gangduur  56 uur.

Afmeting 17 x 16 x 16 cm.
Kist      21 x 22,5 x 28 cm.

Literatuur
– E. Morpurgo, Nederlandse klokken- en horlogemakers vanaf 1300, blz. 59.
– Tony Mercer, Chronometer Makers of the world, blz.164.
– Tijdschrift de Zee, Amsterdam, Oktober 1885.
In het bovenste deksel van deze chronometer is een plakkaat aangebracht, behorende bij chronometer A. Hohwü No. 111, dat de gang van de chronometer aan boord van Z.M. fregat Prins van Oranje aangeeft. Er worden diverse plaatsen en data van 1848 tot 1850 genoemd. Chronometer No. 111 werd bekroond met de Gouden medaille op de tentoonstelling van de koninklijke Nederlandse Yachtclub Rotterdam in 1852.

Hohwü
Andreas Hohwü werd geboren in Sleeswijk-Holstein in 1803. Hij was bij zijn vader, een eenvoudige uurwerkmaker in de leer. Op 26-jarige leeftijd werd hij leerling bij Kessels te Altona, waar hij dadelijk grote vorderingen maakte, zodat hij in 1834 werd aangenomen als leerling-horlogemaker bij het beroemde huis Breguet te Parijs. Daar bleef hij tot 1839. In 1840 vestigde hij zich aan de Oudeschans te Amsterdam als chronometermaker. Hij vervaardigde 29 astronomische uurwerken die veelal in het buitenland werden geplaatst. Vele ervan werden bekroond. Hij ontwierp ook de drijfveren voor de Rijkskustverlichting. Na langdurige studie vond hij de secundaire compensatie bij de chronometer uit en werd in Parijs daarvoor met goud bekroond. Hij ontving vele onderscheidingen, zoals die behorende bij ridder in orde van de Eikeboom (1849), ridder in de orde van de Nederlandse leeuw (1869), ridderorde van Italië (1871), erediploma te Wenen (1873). Hohwü ontving in 1874 te Philadelphia de eerste prijs en 3 gouden en 3 zilveren medailles. In 1869 werd hij genaturaliseerd als Nederlander. Na zijn dood (1885 Amsterdam) werd de zaak voortgezet door zijn leerling en neef Erich Schalekamp. Een foto en diverse van zijn uurwerken bevinden zich in het museum en archief van Tijdmeetkunde te Utrecht.

Lees meer Neem contact op